Blog - Leukermet2

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Waar is God?

Gepubliceerd door in blog ·
Om op deze vragen te antwoorden dienen we even onze verbeelding te gebrui­ken. Zoals Alfred Einstein zei: “steek je verstand in je zakken en laat je verbeel­ding werken.”

 
Stel, je staat op de rand van een cirkel. De cirkel vormt één ge­heel en staat in onze verbeel­ding symbool voor het kos­misch geheel. Dit kos­misch ge­heel bevat cy­clische verschijn­selen. Dat zien we in de cycli­sche afwisseling van de seizoe­nen. We zien cir­kels in de boomstam, waaruit we zelfs de leeftijd van de boom kunnen kennen. We zien die cirkelvor­men en die elliptische vormen in de rangschikking van bloem­bla­den. Kijken we naar de ato­men die cirkelvormig rond hun kern draaien. Kijken we naar de he­melob­jecten die een conti­nuïteit tonen in hun cirkelvor­mige of elliptische (afgeplatte cirkel) bewegingen, lichaamscellen zijn rond, vruchten zijn rond, bloedplaatjes zijn rond … In alles in de kosmos kunnen we deze ronde vormen herkennen. Dus, de verbeelding van op de rand van een cirkel te staan is niet zo moeilijk en is eigenlijk aanvaardbaar.

Stel je nu voor dat ook de evolutie cirkelvormig is. Ik stel dit hier voor als een cirkel van evolutie waarop de mens staat en die zich de vraag stelt: waar is het begin en het einde? Het is in dit geval absoluut onzinnig om deze vraag te stellen: In een cirkel is er namelijk geen begin noch einde.
 
We kunnen wel naar het verleden kijken door ons achterwaarts op de cirkel te bewegen. We kunnen een poging doen om naar de toekomst te kijken door ons voorwaarts op de cir­kel te bewegen. Maar we blijven op de cirkelrand.
 
Laten we de verbeelding verder doortrekken. We stellen ons de vraag: hoe is het heelal ontstaan? Deze vraag wordt door vele onderzoekers gesteld. Ge­orges Lemaître stelde zich deze vraag. Hij be­weerde – en dat is achteraf een weten­schappelijk feit geworden – dat ons heelal een continue uitdijing vertoont. M.a.w. het heelal neemt steeds in grootte toe. Je zou dit kunnen voorstellen als een ballon die wordt opgeblazen. We te­kenen eerst sterretjes op de ballon. We blazen de bal­lon op en we merken dat de ster­retjes wel degelijk op de  ballon blijven staan. Ze veranderen niet van plaats. In feite nemen ze geen afstand van elkaar door een eigen beweging, maar het is de ruimte die zich uitzet, zodat het schijnt dat de he­melobjecten zich verder van el­kaar verwijderen. Doordat de ruimte groter wordt, zien we steeds grotere af­standen ontstaan tus­sen hemel­objecten. Dat betekent dus dat – bij manier van spreken – onze ruimte nu groter is dan giste­ren, en de ruimte van gisteren ook groter was dan die van eergisteren. Dit bete­kent ook dat de ruimte morgen gro­ter zal zijn dan dat ze nu is.

Wanneer we dit denkbeeld van Georges Lemaître verder gebruiken, dan moeten we toegeven dat in het verleden de ruimte steeds kleiner was. Dit betekent dat in den beginne er een soort oer-atoom was, dat zich uitzet. Dit wordt als de Big Bang omschreven. Nu nog dijt de ruimte steeds uit en kunnen we dus zeggen dat de Big Bang nog steeds een heden­daagse realiteit is. M.a.w. de Big Bang is nu nog bezig, want de uitdijing is nog be­zig.

Goed, we gaan verder in onze verbeel­ding. We staan op de cirkel en we gaan een zoektocht beginnen naar ons ver­leden. We gaan in ons denken dus achteruit op de cirkel, in de waan dat we het begin zullen ontdekken. Dit maakt dat we met ons denken achter­uit gaan op de cirkel waarop we staan. Op een ge­geven moment zullen we, naarmate we steeds, in ons onderzoek naar het begin, verder ach­teruit gaan het punt bereiken waar we nu staan. We gaan beseffen dat er geen einde noch begin is en dat de vraagstelling naar het begin van alles een onjuiste vraag is. Het is logisch dat er op een onjuiste vraag er geen juist antwoord kan ge­geven worden. We gaan enkel tot het besef kunnen komen dat evolutie cy­clisch is en dat bijgevolg er geen be­gin noch einde is.



 
Met dit denkbeeld wordt het nu duidelijk dat het goed is om naar het verleden te bewegen om het begin te ontdekken, want deze achterwaartse beweging zal ons tot het besef brengen dat evolutie cirkelvormig is. M.a.w. er is geen begin noch einde. We zullen uit een illusie stappen dat we ons op een horizontale lijn bevinden met een begin en een einde. Het is precies dat we nog geloven dat de aarde plat is. Ook is niet de evolutie een horizontale vlakte, maar is cirkelvormig.
 
Door het de achterwaartse beweging in onze zoektocht, zullen we inzichten op­doen over het verleden van ons heelal. Dit zal fysica brengen tot metafysica (het bovenzintuiglijke). Het bestaan van God zal een wetenschappelijk feit zijn. God zal gedefinieerd en gekend worden als een ‘EEU­WIG NU’, zonder verleden en zonder toekomst. We zullen God definiëren als een cyclische evolutie en al de onzin die religiën ons hebben proberen wijs te maken zal een genadeslag krijgen. God zal begrepen en beseft worden als een NU, een continue eeuwigheid. Zowel atheïsme als theïsme is onwetenschappelijk, want het leven op zich is onsterfe­lijk, eeuwig en een continue NU.

Uiteraard zal dit denkbeeld sto­ten op hevige kritiek van dom vrome gelovigen. Zij zullen de vraag stellen: ja, allemaal wel goed, maar wie zit achter die cy­clische evolutie? Dat moet toch Iemand zijn?

Laten we onze verbeelding verder gebruiken. Stel dat er inderdaad een Intelli­gentie is die achter die gehele cyclische evolutie ligt. Stel dat de cirkelvormige evolutie een openbaring is van een Intelligen­tie. Dan is het logisch dat die in­tel­ligentie innerlijk aanwezig ver­borgen ligt in alle openbaringen die we in de evo­lutie zien. Dit is net hetzelfde wanneer een schil­der een schilderij maakt. Zijn schilderij is een weerspiegeling van zijn intelligen­tie. Een schrijver openbaart zijn intelligentie in zijn geschriften. Een componist openbaart zijn intelligentie in zijn muziekstukken …
 
Aldus is de gehele ruimte, met zijn cyclische kenmerken, een openbaring van een Intelligentie en is tegelijk die Intelligentie zelf. Aldus kunnen we spreken van een God transcen­dent en tege­lijk een God immanent. God is niet iets of iemand bo­ven ons, maar is een Energie die zich toont in een zich steeds openbarende evo­lutie van stoffe­lijke verschijnselen. Dat staat immers in onze catechismus. Waar is God? God is overal, in de hemel en op alle plaatsen. Dus ook in de stoel waarop ik zit. God zit in de leeuw, in de slang, in de panter, in de schorpioen … Moeten we daarom God omhelzen? God zit in alle stoffelijke openbaringen. Stoffelijke openbaringen zijn uitingen van goddelijke intelligentie, net zoals een muziekstuk een uiting is van de intelligentie van de componist. Dus de componist openbaart zichzelf. God is dus ook de openbaring Zichzelf. Zoals de Bijbel vertelt: God schiep naar zijn beeld en gelijkenis. We moe­ten het eigenlijk niet zo ver zoeken. Respect tonen voor de geopenbaarde ver­schijnselen is een uiting van geloof in de god­delijkheid van deze openbaringen. Laat ons met dit besef van respect beginnen en met deze ingesteldheid onze intelligentie gebrui­ken om met achterwaartse bewegingen de cirkel­vormige evolutie te onder­zoeken.

In de toekomst zal men begrijpen en beseffen dat, door studie van de evolutie van ons heelal en van alle stoffelijke verschijnselen in dat heelal, we eigenlijk God aan het onderzoeken zijn. Wetenschappelijk onderzoek is bijgevolg een godde­lijke taak, of je nu in God gelooft of niet. Wetenschappelijk onderzoek zal ons aantonen – gepaard met de cognitieve dissonantie waarmee de vele religiën zul­len worden geplaagd – dat God een wetenschappelijk feit is en dat Hij alle zicht­bare geopenbaarde ver­schijnselen zelf is en tegelijk de levenskracht of bezieling is, die verborgen ligt achter de cyclische evolutie van alle geopenbaarde zicht­bare verschijnselen.
 
Aldus, ook de mensheid en de mens zelf is een geopenbaard verschijnsel en is dus God. Hij is een deel van de Cirkel en tegelijk de Cirkel. Alleen, hij is zo onwe­tend en dom, dat hij dat niet beseft, omdat hij de Cirkel nog niet volledig heeft doorlopen. Het is deze onwetendheid die hem grove fouten doet maken, die de oorzaak zijn van alle ziekten en ellendes. Zoals Plato ons duidelijke maakte in zijn ‘allegorie van de grot’: de mens is geestelijk niet ontwikkeld (boek VII: De Staat, vers 514a).




Wat met ons klimaat?

Gepubliceerd door in blog ·

Klimaatverwarring

Gepubliceerd door in blog ·

Over narcisme

Gepubliceerd door in blog ·

Word wakker!

Gepubliceerd door in blog ·

Over het potje en het dekseltje

Gepubliceerd door in blog ·

De geschiedenis herhaalt zich (reïncarnatie)

Gepubliceerd door in blog ·
www.leukermet2.be
Copyright 2015. All rights reserved.
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu